Starnmeer en Spijkerboor

Beeldbank Starnmeer

Beeldbank Spijkerboor

Kavels en stolpen

Molens

Over Starnmeer en Spijkerboor

Sinds de droogmaking van het Starnmeer zijn deze polder en het dorp Spijkerboor als gemeenschappen nauw met elkaar verbonden. 

Het Spijkerboor was in eerste instantie waarschijnlijk niet veel meer dan een simpele s-vormige kronkel in de Bamestra rivier. Voor de veenontginningen ontsprong deze rivier in een nat en hooggelegen veengebied, waarschijnlijk ergens in het centraal danwel noordelijk deel van de Beemster. Het water stroomde vandaar richting het zuidwesten en ontmoette bij het Spijkerboor blijkbaar een zekere stevige grondbodem waardoor er geen andere route was dan hier kronkelend doorheen te lopen. Vandaar liep het de ‘rivierendelta’ van het Starnmeer in, waar ook de Zaan en de Vuile Graft op uit kwamen. Uiteindelijk liep het water dan door het Stierop het gebied uit richting zee.

Door de veenontginningen kregen water en wind de kans om de oevers van de rivieren steeds verder te doen afslijten, totdat uiteindelijk grote en gevaarlijke watervlaktes ontstonden. Het Starnmeer groeide uit uit tot ongeveer de propories die nu nog te herkennen zijn aan de ringdijken en daar waar het meer overging in het Spijkerboor ontstond een wat verwijde waterinham die ergens in de geschiedenis de naam Kamerhop kreeg.

 

De grond waar het Spijkerboor doorheen slingerde wist tot 1643 zowaar de steeds grotere hoeveelheden water te doorstaan en dit zorgde ervoor dat de zuidoever veranderde in een langgerekt schiereiland. Dit schiereiland was dus ook meteen de meest noordelijke punt van het Wormer- en Jisperveld. Tot 1991 heeft dit oude gegeven ervoor gezorgd dat een deel van de Kamerhop polder onderdeel was van de Gemeente Jisp.

Op de hier getoonde impressie-afbeelding staat de situatie van voor de droogmakerijen, met een overlay van de huidige posities van dijken en het dorp Spijkerboor. Een interessant gegeven dat hier te zien is, is dat het gebied van het dorp Spijkerboor van oorsprong niet aan de oever van het Starnmeer ligt, maar door zijn ligging aan het begin van de Spijkerboor-doorgang eigenlijk juist dichter bij de oever van het Beemstermeer lag. Zeker als je rekening houdt met het feit dat het “Verloren Eind” (nu onderdeel van de Beemster) eigenlijk pas gescheiden werd van het Wormer- en Jisperveld door de aanleg van het Noordhollands Kanaal. Vóór 1819/1824 liep de ringvaart van de Beemster ten noorden hiervan en was dit stukje grond dus onderdeel van Spijkerboor. En voor zover er al serieuze bewoning was voor de droogmaking van de Starnmeer en de Beemster, is het niet onmogelijk dat juist dit Verloren Eind een mooie locatie hiervoor was. Maar ook al wordt er op een van de eerste kaarten van de Starnmeerpolder op deze plaats inderdaad een huisje weergeven, de tekenaar heeft dit niet als noemenswaardig dorp vermeld.

 

 Impressie Kamerhop en Starnmeer rond 1600 met 2000 overlay ter referentie

Spijkerboor omstreeks 1819, toen het Verloren Eind werd afgesneden van Spijkerboor, door de rechte aanleg van het Noordhollands Kanaal

Gebied op de schop

Door de droogmaking van de Beemster en het Starnmeer veranderde het aanzien van het gebied natuurlijk dramatisch, maar dat was niet de eerste keer. Zo’n 800 jaar eerder vond een misschien nog wel net zo grote verandering plaats, toen het hele Hollandse veengebied ontgonnen werd. Een enorm natuurgebied dat zich over een heel groot deel van het land uitstrekte, inclusief het IJselmeer, werd in die periode ontbost en ontwaterd zodat deze bruikbaar werd voor bewoning en agrarische activiteiten.

Enkele eeuwen later had de veeninklinking gezorgd voor wederom een grote verandering; door de veendaling was vooral Noord-Holland veranderd in een groot meren gebied. De oplossing hiertegen bleek toen onder anderen te liggen in het omdijken van de resterende veenpolders, om zo het wassende water te stoppen en geen verdere gebieden aan de golven te verliezen. Rond het jaar 1300 gebeurde dit bijvoorbeeld bij het Schermereiland. Waar dit echter niet nodig scheen te worden bevonden waren de veengebieden van de Akersloter en Uitgeester Wouden. Pas na de droogmaking van de Starnmeer werden uiteindelijk ook deze gebieden (inclusief de Kogerpolder) omdijkt.

In 1643 werden dan uiteindelijk het Starnmeer en het Kamerhop drooggemalen. Daar waar vele honderden jaren het water had gestroomd werden nu ringvaarten aangelegd en werd het water in keurige banen geleid. Bij Spijkerboor liepen de bedijkers tegen complicaties van hoger hand aan. Aanvankelijk was het de bedoeling om de ringvaart om het Kamerhop te leggen waardoor er simpelweg 1 polder zou ontstaan. Maar de stad Alkmaar had hier andere wensen. Een ringvaart om het Kamerhop zou namelijk een behoorlijke bocht opleveren en Alkmaar eiste dat de vaart op deze plaats rechtdoor zou gaan lopen. De bedijkers waren dus genoodzaakt plempdijk aan te leggen van het Schermereiland naar de landtong van het Jisperveld, dwars door de stroomgeul van het Spijkerboor. Hierdoor werd het Kamerhop afgesneden van de Starnmeer. Het Kamerhop kreeg zijn eigen omdijking, waardoor de oude stroomroute nagenoeg onherkenbaar werd.

In het zuiden van het meer werd ondertussen een groot deel van de Zaan mee-ingepolderd. Daar waar deze rivier voorheen ten noorden van het Markerveld aansluiting vond, werd nu zo’n 3 kilometer zuidelijker, bij Knollendam, een plempdijk aangelegd, waardoor de nieuwe polder een lange zuidelijke arm kreeg.

Om de meren droog te malen werden er uiteindelijk zes molens langs de oevers van het Starnmeer geplaatst en een aan de oever van het Kamerhop en in augustus 1643 vond de verkaveling van de polder plaats. De sloten en wegen waren gegraven en de nieuwe eigenaren konden gebruik gaan maken van hun land. Boerderijen verschenen, evenals bomen en natuurlijk groene weilanden. Bovendien werd in Spijkerboor een bestuurshuis gebouwd, van waaruit het waterschap Starnmeer en Kamerhop de landerijen zou gaan besturen.

En zo gingen de eeuwen voorbij, zonder dat er eigenlijk nog heel veel grote dingen veranderden. Mensen leefden hun leven, organiseerden van alles (kermissen, veekeuringen, Plattelandsvrouwen, Toneelvereniging) en de vooruitgang zorgde voor steeds nieuwe mogelijkheden. Paard en wagens werden vervangen door trekkers, papieren boekhoudingen werden digitaal en waar het een dagtaak was om in Purmerend te komen is het simpeler dan ooit om binnen 2 uur aan de andere kant van het land te zijn.

 

Bronvermelding

edepot