Kadaster 1811-1832

 De situatie tussen 1811 en 1991

Kadastrale gegevens van de voormalige gemeente Akersloot – sectie D
Kadastrale gegevens van de voormalige gemeente De Rijp – sectie C 
Kadastrale gegevens van de voormalige gemeente Graft – sectie E
Kadastrale gegevens van de voormalige gemeente Jisp – sectie A
Kadastrale gegevens van de voormalige gemeente Uitgeest – sectie F
Kadastrale gegevens van de voormalige gemeente Wormer – sectie A 

Verdeeld onder zes gemeentes

Van 1811 tot tot 1991 was het gebied van Starnmeer, Markenbinnen, de Oostwouderpolder, Kogerpolder en het Kamerhop kadastraal verdeeld over 6 verschillende gemeentes. Vijf hiervan (Akersloot, De Rijp, Graft, Wormer en Jisp) hadden van oudsher ook bezit in het in 1643 drooggemaakte Starnmeer. Alleen voor de gemeente Uitgeest gold dit niet; haar grens lag strak om de vroegere oevers van het Markerveld.

In 1991 vond er een gemeentelijke herverdeling plaats, waarbij bijna het gehele gebied werd ondergebracht in de gemeente Graft-De Rijp en nog weer later, in 2015, in de gemeente Alkmaar. Het enige deel van de droogmakerij dat niet tot deze gemeentes is gaan behoren, is de ‘regio’ Spijkerboor. Vanwege de ligging van dit dorp aan weerzijden van de Knollendammervaart, is besloten Spijkerboor geheel onderdeel te laten van gemeente Wormerland (waar Jisp onder is gaan vallen), al is diens grondoppervlakte wel wat kleiner geworden om zodoende tot een logischere grens te komen.

 

De verdeeldheid van de Starnmeer in het verleden, de onduidelijke situatie vóór 1811.

De laatste graaf van Holland is koning Philips II van Spanje, de man van de inquisitie. Hij leeft van 1527 tot 1598. Het octrooi voor het droogleggen van de grote meren in Noord-Holland boven het IJ – dus ook van de Starnmeer – wordt verleend tijdens de 80-jarige oorlog die in 1568 begint en eindigt in 1648 met de vrede van Munster. het octrooi verlenen is mogelijk geworden omdat de Staten van Holland en West-Friesland vinden dat zij, met de oprichting van de Unie van Utrecht, op 23 januari 1579, zelf mogen beslissen en geen verantwoording hoeven af te leggen aan de Spaanse koning Philip. Officieel krijgen de Staten pas na de vrede van Munster in 1648 deze bevoegdheid, als de republiek der  Verenigde Provinciën wordt erkend als soevereine staat.

Het octrooi van de Starnmeer wordt verleend door: de Ridderschap, Edelen en de Steden van Hollant ende West-Vriesland, representerende de Staten van den selven Lande. In het octrooi wordt met geen woord gerept over een verdeling onder de verschillende bannen. Toch moeten de gemeentegrenzen voor de droogmaking al ergens zijn vastgelegd. Niet in het kadaster, dat pas aanvangt in tussen 1811 en 1832. Het is de vraag waarom de gemeentegrenzen niet (of zeer moeilijk) te vinden zijn. Is er sprake van geheimhouding? Vindt men het de moeite van het vermelden niet waard? Is het in de loop der tijd in vergetelheid geraakt? Of zijn de gegevens verloren gegaan? In een archiefstuk van 4 augustus 1708 staat dat Akersloot de Rekenkamer erop wijst, dat er binnen haar gemeente stukken land zijn afgesneden door het graven van kanalen en bedijkingen, welke wel door Akersloot werden onderhouden, maar heimelijk door anderen buitenrechtelijk zijn ingenomen.

En in een archiefstuk van 22 maart 1749, gericht aan Akersloot dat gaat over de Starnmeer staat: Benevens de geregten van Graft Graftdijk en Noordeijnde, vande Rijp, van Jisp, en van Wormer alsmede dijkgraaf en Heemraden vande Starnmeer.

Omdat alleen voor Graft, De Rijp, Jisp en Wormer ‘van’ staat, en het stuk gericht is aan Akersloot, kennen we uit dit stuk precies de bannen en latere gemeentes die grond in de Starnmeer en Kamerhop hebben. Geen duidelijkheid over de grenzen, maar we weten wel dat de Starnmeer al vóór 1800 verdeeld was onder vijf bannen. 

(bron van bovenstaande: Starnmeer 375, zonder meer een mooie polder, 2018)

Gezien de specifieke grensposities, is het waarschijnlijk te achten dat de grenzen al gelijk met de droogmaking zijn vastgelegd volgens de nieuw ontstane landschappelijke elementen (zoals wegen en molensloten) en deze grofweg hun oorsprong zullen hebben gehad in een al bestaande verdeling van de vroegere wateren die aansloten bij de verschillende landen. Zo is de ogenschijnlijk vreemde 3-voudige gemeente verdeling, waarbij zelfs de gemeente Jisp nog een stuk in eigendom had, eenvoudig te verklaren uit het feit dat de zuidelijke rand van het Kamerhop van oorsprong mee-ingepolderd land is dat was afgesneden van het Wormer- en Jisperveld – oftewel de gemeente Jisp. Van het resterende grondgebied hebben de gemeentes van Graft en De Rijp ieder hun eigen eenderde van het vroegere water in eigendom gehouden.

Bron van bovenstaande: boek “Starnmeer 375 – zonder meer een mooie polder”, 2018.

Geschiedenis van het kadaster in Nederland

Tot het einde van de 18e eeuw kende het gebied van het huidige Koninkrijk der Nederlanden geen eenlijnige administratie van onroerend goed. Hoewel al eerder pogingen waren ondernomen hierin verandering aan te brengen, bleef de administratie rommelig en gedateerd. Hierdoor was het niet mogelijk om juiste waardebepalingen en belastingaanslagen te geven.

 

Hollands Kadaster

Pas met de totstandkoming van de eenheidsstaat Nederland in 1798 werd, in lijn met het Franse ideaal egalité, getracht een rechtvaardige belastingheffing in te voeren. Om dit doel te verwezenlijken, werd een administratieve organisatie opgezet per departement.

In 1810 en 1811 werd het gehele grondgebied in kaart gebracht, met daarbij een overzicht van gegevens over het soort perceel, de eigenaren en de oppervlakte. Het project mislukte echter en de kaarten werden afgekeurd voor gebruik in het kadaster naar Frans model in 1811, omdat deze weinig systematisch waren en onvolledig van opzet.

 

Méthodique Verzameling

Nadat het Koninkrijk Holland in 1810 definitief werd ingelijfd in het Franse keizerrijk, golden ook in het Hollands gebied de Franse wetten. Holland diende daarom te voldoen aan het hebben van een uniforme belastingwetgeving. Omdat de bestaande registraties in de Hollandse departementen niet voldeden aan de eisen van het Franse Recueil Méthodique, werd in oktober 1811 het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen. Hiervoor werd een tweetalige editie van de Franse wetgeving uitgebracht onder de naam Méthodique Verzameling der Wetten, Decreten, Reglementen, Instructiën en Decisiën, betrekkelijk het Cadaster van het Fransche Rijk, kortweg Méthodique Verzameling.

 

Kadastrering tot 1832

Hoewel Nederland enkele jaren later van Frankrijk onafhankelijk werd, bleven de Franse voorschriften toch van kracht. Het proces van kadastrering verliep echter traag. Pas in 1825 werd er tempo gemaakt door de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, met daarin de geplande invoering van de samenhang tussen grondboekhouding en hypothecaire boekhouding.

Ofschoon in de periode tussen 1826 en de invoering van het kadaster op 1 januari 1832 een inhaalslag werd gemaakt in het maken van kartering, waren de gemaakte kaarten in deze periode van aanzienlijk lagere kwaliteit dan de kaarten die voor 1825 zijn gemaakt.

De kadastrale kaarten uit de periode 1811-1832 zijn, inclusief de bijbehorende aanwijzende tafels, sinds 2016 online te raadplegen in de beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.[3]

 

Onroerende zaken

In Nederland registreert de Dienst voor het kadaster en de openbare registers sinds 1832 gegevens over een bepaalde onroerende zaak (het perceel) en alle wijzigingen die zich daarin voordoen.

Zo legt men de naam van de eigenaar of vruchtgebruiker vast. Ook wordt vermeld waar het perceel ligt, wat de afmetingen ervan zijn en hoe de grond wordt gebruikt. Ook wordt vastgelegd of er een recht van hypotheek of erfdienstbaarheden op het perceel rusten, of dat er bodemverontreiniging aanwezig is.

Om een perceel aan te duiden gebruikt men de kadastrale aanduiding, die altijd bestaat uit de naam van de kadastrale gemeente, de letter van de sectie en het nummer van het perceel, eventueel aangevuld met de appartementsindex wanneer het perceel is gesplitst in appartementsrechten.

 

Registreren van gedeeltelijke kadastrale percelen

Als een eigenaar van een perceel dat perceel in delen verkoopt, wordt dat perceel gesplitst en krijgen de delen nieuwe kadastrale nummers. Oorspronkelijk werd in de notariële akte vermeld dat er een deel van een kadastraal perceel was verkocht. Vastlegging van de grenzen tussen de delen gebeurde door de landmeter van het Kadaster na aanwijzing van koper(s) en verkoper. Tussen de registratie van de akte en de vastlegging door de landmeter konden soms jaren liggen en gedurende die periode gaf de kadastrale kaart niet de actuele situatie weer.

Thans worden die grenzen voorlopig vastgesteld[5]. Ze kunnen voorafgaand aan een in te schrijven akte door geautoriseerde zakelijke klanten worden ingetekend in de kadastrale kaart. Deze grenzen worden dan voorlopige kadastrale grenzen genoemd.

Als er geen voorlopige kadastrale grenzen zijn ingetekend, dan moet er met de akte een situatieschets worden ingeschreven waarop de ligging van het verkochte deel zichtbaar is. Het Kadaster tekent de grenzen van dat deel in op de kadastrale kaart. Deze worden dan voorlopige administratieve grenzen genoemd. In beide gevallen ontstaan er na inschrijving van de akte nieuwe kadastrale nummers op de kaart en is de globale ligging van de percelen bekend.

Voor beide voorlopige grenzen geldt dat deze uiteindelijk door de betrokken partijen in het terrein moeten worden aangewezen aan de landmeter van het Kadaster, waarna deze als  definitieve grenzen worden geregistreerd en vastgelegd.

In tegenstelling tot wat velen denken bepaalt het Kadaster dus niet de nieuw te vormen grenzen, maar worden deze op basis van aanwijzing van koper en verkoper door de landmeter nauwkeurig ingemeten en geregistreerd.

 

Bron: Wikipedia